homepagina zonder frames] | [homepagina met frames]
Laatst aangepast op dinsdag 24 september 2005
[ ROM ]-geheugen!
[ cache-geheugen ] (level 1 en level 2) gebruikt.
[ Byte, KB enz ].
Het woord resolutie heeft twee grote betekenissen. Eén ervan is "besluit" of "beslissing" (zoals je dit wellicht kent als een "resolutie van de VN-veiligheidsraad").
De tweede betekenis, die ons hier veel meer interesseert, slaat op "ontbinding". In die zin is het woord resolutie in de beeldverwerkende industrie gebruikt als een indicator van de fijnheid waarmee beelden kunnen weergegeven worden. Met andere woorden, de mate waarin een beeldverwerkend systeem het origineel beeld steeds verder kan "ontbinden" in kleinere beelddeeltjes. Met resolutie wordt dan aangegeven hoe gedetailleerd een bepaald systeem (video, tv, foto, film, printers of pc-schermen) beelden kan weergeven.
Een hoge resolutie staat dan voor hoge beeldkwaliteit, een lage resolutie daarentegen laat slechts een grove weergave van het onderwerp toe.
Soms gebruikt men ook de term "OPLOSSEND VERMOGEN" i.p.v. resolutie; dit doet men vooral bij fotografie-, film- en video-systemen.
In de fotografie- en de filmwereld drukt men de resolutie uit in het grootst mogelijk aantal lijnen dat men scherp kan weergeven per gebruikte mm van het negatief; men spreekt hier dus van lijnen per mm. Doorgaans hebben laaggevoeligere films een grotere resolutie dan hun hooggevoelige neefjes (wat één van de belangrijkste redenen uitmaakt om nu nog laaggevoelige films te gebruiken (de andere reden is het groter contrastbereik)).
In de video-wereld spreekt men van horizontale resolutie en bedoelt men daarmee het max. aantal verticale lijnen die men nog scherp kan weergeven over de volledige (horizontale) breedte van het tv-scherm. Dit drukt men gewoon uit in het aantal verticale lijnen. Een professioneel video-systeem moet normaal 450 lijnen halen. Men noemt deze norm ook de "broadcasting" norm; de norm waaraan normaal alle tv-uitzendingen zouden moeten voldoen. Als je thuis met je videorecorder reeds 350 lijnen haalt, heb je reeds een behoorlijk systeem. De huidige digitale camcorders voor de amateurmarkt (kostprijs tussen 60.000 en 120.000 BEF) halen een resolutie van ongeveer 420 lijnen).
Bij printers drukt men de fijnheid van de afdrukken uit in dots per inch, DPI. Hiermee bedoelt men het totaal aantal verscheidene inktpuntjes die de printer op één inch afzonderlijk kan afdrukken (zonder dat er één grote vlekkenboel ontstaat). Voor gewone teksten volstaat een afdrukkwaliteit van 360 dpi. Voor zeer gedetailleerde tekeningen of heel fijne tekst kan je best 600 dpi gebruiken. Wens je echte "foto-kwaliteit" dan moet je naar 1240 dpi overgaan. Dit laatste is echter slechts in 1997 voor de amateur betaalbaar geworden. Hou er rekening mee dat een gewone fotokopieermachiene het fijnste origineel toch maar met een resolutie van 360 dpi zal kunnen weergeven (fijnere nuanceringen worden vaak slechter gekopieerd dan grove verschillen in een tekening of foto).
Bij digitale fotocamera's wordt de resolutie weergegeven door het aantal horizontale en verticale lijnen te vermelden waarmee het volledige beeld wordt opgebouwd. Vaak komt dit overeen met één of andere computernorm.
De fijnheid van computerschermen en computerbeelden is ook steeds beter geworden in de loop der jaren. Heel in het begin had men de gewone monochrome tekst-modus, daarna de DOS-CGA norm welke zestien kleuren mogelijk maakte, nadien de eerste Windows-EGA, dan de VGA enz. Steeds meer kleurennuances en grotere resoluties.
MDA = Monochrome Display Adaptor, 720 x 350,
éénkleurig,
refresh = 50 Hz, geen grafische mogelijkheden, oud DOS-product
CGA = Color Graphics Adaptor, 640 x 200,
16 kleuren,
refresh = 50 Hz, vaak in DOS gebruikt
(zeer onscherp voor teksten)
HCG = Hercules Graphics Card, 720 x 350,
éénkleurig,
refresh = 50 Hz, vaak voor grafische-DOS-toepassingen gebruikt
EGA = Enhanced Graphics Adaptor, 640 x 350,
16 kleuren uit een palet van 64,
door IBM ontwikkeld en ingevoerd met de pc/at,
refresh = 60 Hz, Zowel in DOS als Windows-x.x gebruikt.
VGA = Video Graphics Array, 640 x 480,
256 kleuren uit een palet van 262.144 kleuren
refresh = 60 à 70 Hz
SVGA = Super Video Graphics Array, 800 x 600,
bijna de standaard schermmodus vanaf Windows-95
geeft meer info op één scherm
XGA = eXtended Graphics Adaptor, 1024 x 768
in 1991 ontwikkeld door IBM
voor fijn grafisch werk
SXGA = Super eXtended Graphics Adaptor, 1280 x 1024
voor echt fijn grafisch werk
UXGA = Ultra eXtended Graphics Adaptor, 1600 x 1200
voor bijzonder fijn grafisch werk (of vier SVGA vensters
met alle detaillering samen op 1 scherm)
Bij de ontwikkeling van steeds betere schermadaptors werd ook het totaal aantal kleurnuances dat men kon weergeven opgedreven, gaande van 2 (in feite één-kleurig aan/uit - of mono-chroom (zwart-wit, maar soms ook groen of amberkleurig)) tot het huidige maximum systeem van 4,29 biljoen verschillende kleurnuances (zie ook kleurdiepte).
Om al die kleurnuances en fijne beeldpuntjes correct te kunnen weergeven moet er heel wat rekenwerk verzet worden. Dit kan een serieuze belasting voor de processor betekenen. Vandaar dat men deze grafische berekeningen steeds meer overlaat aan een daartoe speciale elektronische kaart met een eigen processor en een eigen videogeheugen, vaak de grafische kaart of video kaart genoemd.
Bij de meeste moderne computersystemen kan je trouwens kiezen hoe fijn je het beeld wilt laten weergeven en met hoeveel kleurnuances. Grotere fijnheid en meer kleurnuances geven een mooier beeld maar hebben het nadeel dat de schermopbouw er merkbaar door vertraagd wordt.
De klassieke beeldbuis-monotoren (CRT-schermen) kunnen gemakkelijk de 16 miljoen kleurnuances weergeven. LCD-schermen daarentegen hebben het wat moeilijker om al die nuances weer te geven - wat voor zakelijke toepassingen meestal geen bezwaar is (zie ook LCD-, TFT- en DSTN-schermen).
[ RAM ]-geheugen.